PENSIOEN - GROEPSVERZEKERING - 30.04.2018

Nadelen vervroegd pensioen voor groepsverzekering?

Sinds 2016 móét een groepsverzekering uitbetaald worden wanneer men effectief met pensioen gaat. Beslist iemand om met vervroegd pensioen te gaan, dus nog vóór de wettelijke pensioenleeftijd, wat zijn dan de (fiscale) gevolgen?

Vervroegd pensioen

De wettelijke pensioenleeftijd bedraagt vooralsnog 65 jaar en zal stijgen tot 66 jaar vanaf 2025 en zelfs tot 67 jaar vanaf 2030. Wie zo lang niet wil blijven werken, kan eventueel een beroep doen op het stelsel van brugpensioen (SWT), tenminste als hij voldoet aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden die daarvoor gelden (in de sector). Is dat niet het geval, dan rest er eventueel nog de mogelijkheid om met zgn. vervroegd pensioen te gaan. Ook in dit stelsel, waarbij men vóór de leeftijd van 65 jaar stopt en meestal zonder dat men over een volledige carrière van 45 jaar beschikt, zijn de voorwaarden de laatste jaren echter verstrengd.

Uitkering is verplicht bij pensionering

Wettelijke verplichting. Sinds 1 januari 2016 moet de verzekeraar tot de uitkering van de gespaarde reserve overgaan op het moment van pensionering. Simpel gezegd: als de werknemer effectief met pensioen gaat, ook al gaat het om vervroegd pensioen, dan moet de verzekeraar de groepsverzekering uitbetalen. Er kan dus niet verder meer gespaard worden, noch kan men het geld nog wat ‘laten staan’ om verder op te brengen.

Let op! De pensionering verzwijgen helpt niet, want Sigedis (een overheidsdienst) zal de verzekeraar van de pensionering verwittigen.

Nadelen van een vervroegde uitkering?

Hogere taxatievoet. Als de groepsverzekering pas uitgekeerd wordt op 65 jaar of later, wordt die uitkering slechts tegen 10% belast, voor zover de werknemer de laatste 3 jaren voorafgaand aan de uitkering actief gebleven is; is die voorwaarde niet vervuld, dan wordt er belast tegen 16,5%. Wordt de groepsverzekering al uitgekeerd vóór men de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, dan gaat het om een percentage dat stijgt naargelang de leeftijd lager is: 16,5% van 64 jaar tot 62 jaar, 18% op 61 jaar en zelfs 20% op 60 jaar.

Rendementsverlies. Minder geweten maar daarom niet minder erg, is dat de werknemer in principe ook het rendement op zijn spaarreserve tot 65 jaar zal verliezen. Momenteel moet u als werkgever ten minste 1,75% rendement garanderen, maar oudere contracten kunnen nog tot 4,75% opleveren. Dat gaat dus verloren!

Verlies dekking. Ook de eventuele dekkingen bij vroegtijdig overlijden en aanvullende waarborgen, zoals een ongevallenverzekering, gaan in principe verloren. Dat kan een belangrijk element zijn: als uw werknemer er wegens een zwakke gezondheid mee ophoudt, riskeert die bv. om een hogere uitkering bij vroegtijdig overlijden te verliezen.

Is er iets aan te doen?

Stoppen zonder pensioen te vragen. De verdaging van de uitbetaling is wettelijk gezien niet mogelijk, zelfs niet al zou het contract zelf (nog) iets in die zin voorzien. Bij daadwerkelijke pensionering moet de verzekeraar uitkeren. De enige optie is dus: wél al stoppen met werken, maar nog geen pensioen aanvragen. Let wel, dat heeft geen invloed op de toepasselijke taxatievoet, maar zo kan men wel het rendementsverlies vermijden.

Let op! Het spreekt voor zich dat de werknemer dan ‘zijn rekening moet maken’ of dit opweegt tegen het feit dat hij hierdoor x-jaar aan pensioenuitkering moet laten vallen.

Gaat men vóór de wettelijke pensioenleeftijd met vervroegd pensioen, dan wordt de groepsverzekering (i.p.v. tegen 10%) tegen een tarief van 16,5% tot 20% belast. Bovendien kan dit ook rendementsverlies en verlies van de overlijdensdekking tot gevolg hebben. Wijs een oudere werknemer die wil ‘stoppen’ hierop.

Contactgegevens

Indicator - Larcier | Tiensesteenweg 306 | 3000 Leuven

Tel.: 0800 39 067 | Fax: 0800 39 068

Customer.Services@indicator-larcier.be | www.indicator-larcier.be

 

Maatschappelijke zetel

Lefebvre Sarrut Belgium NV | Hoogstraat 139 - Bus 6 | 1000 Brussel

RPM Bruxelles | TVA BE 0436.181.878