CORONACRISIS - 26.06.2020

Financiële hulp tussen groepsvennootschappen: hoe fiscale problemen vermijden?

Wanneer een vennootschap die behoort tot een groep financiële problemen heeft, is het niet ongebruikelijk dat ze een lening zonder of met een lage interest of een kwijtschelding van schulden krijgt van haar moedervennootschap of een andere groepsvennootschap. Een dochtervennootschap met opgestapelde verliezen wordt soms deficitair vereffend, waarbij de vorderingen van de verbonden vennootschappen definitief verloren gaan. Wat zijn de fiscale risico’s van een dergelijke financiële hulp tussen verbonden Belgische vennootschappen? Hoe kijken de rechtspraak en de Rulingcommissie hier tegenaan?

Financiële hulp

Gratis of goedkope lening

Een eerste vorm van financiële hulp tussen verbonden vennootschappen bestaat in het toestaan van renteloze leningen of leningen met een lagere interestvoet dan bv. bij een bank betaald zou moeten worden. De vennootschap die de lening toestaat, mist dan opbrengsten, nl. de interesten die de ontlenende vennootschap niet moet betalen.

Kwijtschelding van een schuldvordering

Een verdergaande vorm van financiële hulp is de kwijtschelding van een lening of een andere schuldvordering op een verbonden vennootschap. Voor de helpende vennootschap is de kwijtschelding boekhoudkundig gezien een uitzonderlijke kost, nl. een minderwaarde; voor de geholpen vennootschap is de kwijtschelding een uitzonderlijke opbrengst.

Deficitaire vereffening

Wanneer de inschatting is dat een vennootschap van de groep waarop één of meerdere groepsvennootschappen vorderingen hebben, er niet meer bovenop te helpen is, wordt er meestal voor gekozen om die vennootschap na vergoeding van externe schuldeisers (zoals leveranciers en banken) te vereffenen. De vennootschappen van de groep die nog vorderingen hebben op de vereffende vennootschap, zijn die dan definitief kwijt en moeten die dus afboeken met een minderwaarde. Op die manier wordt wel een faillissement vermeden.

Fiscale risico’s

Abnormaal of goedgunstig voordeel?

Het niet aanrekenen van (voldoende) interest, de schuldkwijtschelding of het deficitair vereffenen kan fiscaal gezien eventueel beschouwd worden als de toekenning van een abnormaal of goedgunstig voordeel. Is de verbonden vennootschap die het voordeel ontvangt in het buitenland gevestigd of heeft die daar een inrichting, dan wordt het voordeel toegevoegd aan de winst van de vennootschap die het toekent (art. 26, lid 2, 1° WIB 92) . In een zuiver Belgische context is dat normaal gezien niet het geval, maar mag de vennootschap die het abnormaal of goedgunstig voordeel ontvangt daarvan noch aftrekposten in mindering brengen, noch er het verlies van het boekjaar zelf mee compenseren (art. 79 en 207 WIB 92) . Het verbod om het verlies van het boekjaar te verrekenen, betekent volgens het Hof van Cassatie dat het belastbare resultaat ten minste gelijk is aan het verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel, ongeacht of het resultaat positief dan wel negatief is (Cass., 10.03.2016) .

Niet-aftrekbare minderwaarde of overschatting passief?

Wanneer een vennootschap-schuldeiser een minderwaarde boekt op de schuldvordering die verloren gaat als gevolg van een kwijtschelding of een deficitaire vereffening, is de vraag of die minderwaarde voldoet aan de voorwaarde voor de aftrek van beroepskosten, nl. gemaakt zijn om belastbare inkomsten te behouden of te verkrijgen (art. 49 WIB 92) . In geval van een deficitaire vereffening zou de fiscus het verlies van de vordering eventueel als fiscaal misbruik kunnen beschouwen (art. 344 WIB 92) , nl. als een onrechtstreekse kwijtschelding. Vanuit het oogpunt van een vennootschap-schuldenaar die deficitair wordt vereffend, is de vraag of de schulden die bij het sluiten van de vereffening niet terugbetaald kunnen worden, een overschatting van het passief vormen en dus deel uitmaken van de belastbare winst (art. 24, lid 1, 4° WIB 92) .

Principe: groepsbelang

Zowel de rechtspraak als de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) zijn van mening dat bij de vraag of financiële hulp tussen ondernemingen abnormaal of goedgunstig is en/of niet aftrekbaar als beroepskost, rekening gehouden moet worden met de feitelijke economische omstandigheden waarin de ondernemingen zich bevinden.

Bij de beoordeling van hulp tussen verbonden ondernemingen kan het groepsbelang in aanmerking genomen worden. Verrichtingen die tussen niet-verbonden ondernemingen abnormaal of goedgunstig zouden zijn, zijn dat binnen een groep van ondernemingen eventueel niet. Een moedervennootschap kan bv. haar dochtervennootschap te hulp schieten met het oog op toekomstige inkomsten die ze daarvan nog verwacht te krijgen of om het financieel en commercieel aanzien van de groep en dus van haarzelf hoog te houden (Cass., 28.09.1984) .

Rechtspraak

De meeste gepubliceerde uitspraken van de afgelopen jaren zijn negatief voor de belastingplichtige. Dat is zowel het geval voor kwijtscheldingen van vorderingen (Gent, 31.01.2012 en 17.06.2014) als voor het toestaan van renteloze leningen (Antwerpen, 06.11.2012, 11.02.2014, 26.04.2016, 28.03.2017 (met tussenarrest van 16.12.2014) en 29.01.2019; Brussel, 13.11.2018; Gent, 19.05.2015 en 09.04.2019) . De belangrijkste reden dat de betrokken vennootschappen ongelijk kregen is dat ze er niet in slaagden om aan te tonen wat de tegenprestatie was voor de helpende vennootschap, welk voordeel deze vennootschap zelf op korte of op langere termijn haalde uit de financiële hulp.

Rulings

De DVB heeft de laatste tijd dan weer tientallen positieve beslissingen genomen over financiële hulp tussen verbonden ondernemingen in de vorm van schuldkwijtscheldingen (bv. nr. 2019.0776 van 17.09.2019, nr. 2019.0509 van 13.08.2019, nr. 2019.0021 van 12.03.2019, nr. 2018.1136 van 19.02.2019) en deficitaire vereffeningen (bv. nr. 2019.1079 van 10.12.2019, nr. 2019.0934 van 03.12.2019, nr. 2019.0975 van 19.11.2019, nr. 2019.0671 van 27.08.2019, nr. 2019.0487 van 25.06.2019) . Positieve rulings over de kwijtschelding van een schuld worden meestal wel maar afgeleverd wanneer ook de afspraak wordt gemaakt dat de vordering herleeft ingeval de geholpen vennootschap later tot een betere toestand terugkeert. Voor een ruling over de kwijtschelding van een schuldvordering stelt de DVB overigens een model van (prefiling)aanvraag ter beschikking op zijn website.

Wat deficitair vereffenen betreft, stelt de DVB steevast dat van een belastbare overschatting van het passief normaal geen sprake is omdat er boekhoudkundig geen verplichting bestaat tot afboeking van de openstaande passivabestanddelen bij een deficitaire vereffening (CBN-advies nr. 170/1) .

Praktisch

Zowel voor een positieve beslissing vooraf, van de DVB, als een positief oordeel achteraf, van de rechter, is het cruciaal dat u concreet aantoont dat de financiële hulp bedrijfseconomisch gemotiveerd is, en in het belang is van de vennootschap die de hulp toestaat. Een abstracte verwijzing naar het groepsbelang volstaat niet. Zegt u bv. dat de moedervennootschap een renteloze lening toestaat aan een dochter om reputatieschade voor de groep te vermijden, dan moet u uitleggen wat de dochter van plan is met die lening te doen en hoe dat in het belang van de groep is, en toont u het best ook nog aan dat de dochter van een bank geen lening kon krijgen tegen voldoende gunstige voorwaarden. Beweert u dat een renteloze lening of een schuldkwijtschelding bedoeld is om een verbonden vennootschap in problemen erbovenop te helpen, dan moet u aantonen hoe dat precies zou werken. Het is normaal gezien geen probleem dat een reddingsplan uiteindelijk mislukt, maar er moet wel een plan zijn.

Felix Vanden Heede

Fiscaal jurist

  • De fiscus kan de financiële hulp beschouwen als een abnormaal of goedgunstig voordeel. Voor de kwijtschelding van een schuldvordering of een verlies ervan bij een deficitaire vereffening is er de mogelijkheid dat de aftrek van de minderwaarde geweigerd wordt of dat de schuld van de vereffende vennootschap als een belastbare overschatting van het passief behandeld wordt.
  • Zowel de rechters als de Rulingcommissie houden wel rekening met de feitelijke economische omstandigheden waarin verbonden ondernemingen zich bevinden, en nemen dus voor verbonden vennootschappen ook het groepsbelang in aanmerking. Een deficitaire vereffening om een faillissement te vermijden, levert meestal geen fiscale problemen op.
  • Cruciaal is wel dat u concreet aantoont dat de financiële hulp bedrijfseconomisch gemotiveerd is, en in het belang is van de vennootschap die ze toestaat. Een abstracte verwijzing naar het groepsbelang volstaat niet.

Contactgegevens

Indicator - Larcier | Tiensesteenweg 306 | 3000 Leuven

Tel.: 0800 39 067 | Fax: 0800 39 068

klantenservice@indicator-larcier.be | www.indicator-larcier.be

 

Maatschappelijke zetel

Lefebvre Sarrut Belgium NV | Hoogstraat 139 - Bus 6 | 1000 Brussel

RPM Bruxelles | TVA BE 0436.181.878