AANDELEN - 26.06.2020

Hervorming vennootschapsrecht: sanctie eenhoofdigheid afgeschaft?

Onder het vroegere Wetboek van Vennootschappen moest een naamloze vennootschap door minstens twee oprichters opgericht worden. Is dat nog steeds zo onder het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) dat sinds 1 mei 2019 in werking getreden is?

Werden ook andere regels inzake eenhoofdigheid gewijzigd? Kan eenzelfde persoon voortaan enige vennoot zijn van meerdere BV’s?

Naamloze vennootschap

Oude regeling

Onder het Wetboek van Vennootschappen moest een NV door minstens twee natuurlijke of rechtspersonen opgericht worden. Artikel 646 W.Venn., dat nog steeds van toepassing is op NV’s die hun statuten nog niet aangepast hebben aan het nieuwe WVV, bepaalt dat het in één hand verenigd zijn van alle aandelen van een NV niet tot gevolg heeft dat de vennootschap ontbonden wordt.

Indien binnen een jaar evenwel geen nieuwe aandeelhouder in de vennootschap opgenomen is of deze niet geldig omgezet is in een BVBA (nu de BV) of ontbonden is, wordt de enige aandeelhouder geacht hoofdelijk borg te staan voor alle verbintenissen van de vennootschap ontstaan na de vereniging van alle aandelen in zijn hand, tot een nieuwe aandeelhouder in de vennootschap opgenomen wordt of tot de bekendmaking van haar omzetting in een BV of van haar ontbinding.

Het verenigd zijn van alle aandelen in één hand, evenals de identiteit van de enige aandeelhouder, moet vermeld worden in het KBO-dossier ter griffie (art. 646, §2 W.Venn.) .

Hervorming vennootschapsrecht

Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) laat voortaan toe dat een naamloze vennootschap opgericht wordt door één oprichter, die zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon kan zijn.

Deze wijziging vloeit voort uit de praktijk, waarin quasi-eenhoofdige NV’s regelmatig voorkomen. Quasi-eenhoofdige NV’s zijn NV’s waarvan alle aandelen toebehoren aan één aandeelhouder, uitgezonderd één aandeel dat meestal onder een andere groepsvennootschap gehangen werd of dat in familieverband aan de echtgenote, broer, ... geschonken of verkocht werd.

Ook na de oprichting is het voor NV’s onder het WVV mogelijk dat één (natuurlijk of rechts)persoon enige aandeelhouder wordt zonder het voordeel van het afgescheiden vermogen te verliezen. Gedaan dus met het overdragen van één aandeel aan een derde, wat het gebruik van een NV in groepsstructuren voortaan sterk vergemakkelijkt.

Overlijden enige aandeelhouder

Artikel 7:25 WVV bepaalt nog dat, tenzij de statuten anders bepalen, in geval van overlijden van de enige aandeelhouder de aan de aandelen verbonden rechten uitgeoefend worden door de erfgenamen of legatarissen, naar evenredigheid van hun rechten in de nalatenschap, en dit tot op de dag van de verdeling van de aandelen of tot de afgifte van de legaten met betrekking tot deze aandelen.

KBO

Vreemd genoeg moet het gegeven dat alle aandelen in één hand verenigd zijn, evenals de identiteit van de enige aandeelhouder, nog steeds neergelegd worden in het KBO-dossier (art. 7:231 WVV) .

Besloten vennootschap

Oude regeling

Het Wetboek van Vennootschappen liet toe dat een BVBA een natuurlijk persoon als enige vennoot kende. Artikel 212 W.Venn. bepaalt wel dat de natuurlijke persoon die enige vennoot is van een BVBA, geacht wordt hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van iedere andere BVBA die hij nadien alleen zou oprichten of waarvan hij nadien de enige vennoot zou worden (behalve wanneer de aandelen wegens overlijden aan hem overgaan).

Deze natuurlijke persoon wordt nu niet langer geacht hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van de (volgende) BVBA waarvan hij enige vennoot wordt (anders dan ingevolge overlijden) zodra een nieuwe vennoot erin opgenomen wordt of zodra de ontbinding ervan bekendgemaakt wordt. Aangezien vandaag geen nieuwe BVBA’s meer opgericht kunnen worden, maar enkel BV’s, zal deze problematiek vanzelf uitdoven.

Volstortingsplicht

Een ander gevolg van het eenhoofdig worden van een BVBA, en dit geldt nog steeds voor bestaande BVBA’s die hun statuten nog niet aangepast hebben aan het WVV, is dat het kapitaal binnen het jaar volgestort moet worden ten belope van minstens € 12.400, tenzij binnen dezelfde termijn een nieuwe vennoot in de vennootschap opgenomen wordt of de vennootschap ontbonden wordt.

Gebeurt dit niet, dan wordt de enige vennoot (natuurlijk persoon) geacht hoofdelijk borg te staan voor alle verbintenissen van de vennootschap die ontstaan zijn sinds het eenhoofdig worden van de vennootschap, en wel tot een nieuwe vennoot in de vennootschap opgenomen wordt, tot de ontbinding van de vennootschap bekendgemaakt wordt of tot het kapitaal werkelijk ten belope van € 12.400 gestort wordt.

Vennoot-rechtspersoon

Als de enige vennoot van de eenhoofdige BVBA geen natuurlijk persoon maar een rechtspersoon is, dan wordt een onderscheid gemaakt naargelang de eenhoofdigheid bestaat sinds de oprichting dan wel of de BVBA gedurende haar bestaan eenhoofdig geworden is.

Als de eenhoofdigheid bestaat sinds de oprichting, dan is er een hoofdelijke aansprakelijkheid van de enige vennoot-rechtspersoon voor alle verbintenissen van de BVBA sinds de oprichting. Bij eenhoofdige oprichting door een rechtspersoon is deze aansprakelijkheid dus van onmiddellijke toepassing, zonder dat aan de enige vennoot-rechtspersoon de mogelijkheid geboden wordt om (al dan niet) tijdelijk aan de aansprakelijkheid te ontsnappen.

Werd de BVBA opgericht door meerdere vennoten (al dan niet rechtspersonen) en wordt ze tijdens haar bestaan eenhoofdig, waarbij de enige resterende vennoot een vennootschap is, dan geldt in essentie hetzelfde aansprakelijkheidsregime als bij de eenhoofdige NV onder het W.Venn.

Dit betekent dat de enige vennoot-rechtspersoon geacht wordt hoofdelijk borg te staan voor alle verbintenissen van de vennootschap ontstaan na de vereniging van alle aandelen in zijn hand indien de eenhoofdigheid langer aanhoudt dan één jaar, en dit tot een nieuwe aandeelhouder in de vennootschap opgenomen wordt of tot de bekendmaking van haar ontbinding.

Hervorming vennootschapsrecht

Geen van de bovenvermelde beperkingen geldt nog onder het nieuwe WVV. Voortaan kunnen alle vennootschappen opgericht worden door één persoon, tenzij het WVV dit uitdrukkelijk anders bepaalt. Zo moeten de maatschap, de VOF en de CommV door minstens twee vennoten opgericht worden (art. 4:1 en 4:23 WVV) . De coöperatieve vennootschap zelfs door minstens drie (art. 6:3 WVV) .

Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen voortaan een of meerdere BV’s alléén oprichten. Ook tijdens het leven van de BV kunnen alle aandelen in één hand verenigd worden, zowel van een natuurlijk persoon als van een rechtspersoon, zonder dat dit een verzwaring van aansprakelijkheid tot gevolg heeft.

Ook hier geldt eenzelfde regeling bij overlijden als in de NV (art. 5:21 WVV) .

Pieter Wauman

Advocaat-vennoot Truyens Advocaten

  • Nieuwe NV’s en BV’s kunnen voortaan met slechts één aandeelhouder opgericht worden of eenhoofdig worden, zonder gevolgen. Het is dus niet langer noodzakelijk om één aandeel van een NV elders onder te brengen om hoofdelijke aansprakelijkheid te vermijden. Het verenigd zijn van alle aandelen van een NV in één hand moet wel nog steeds in het KBO-dossier neergelegd worden.
  • Wie enige vennoot is in een BV, wordt ook niet langer geacht hoofdelijk borg te staan wanneer men daarna een andere eenhoofdige BV opricht.
  • Wilt u de verhoogde aansprakelijkheid binnen een van vóór 1 mei 2019 bestaande eenhoofdige vennootschap vermijden, pas dan de statuten van de oude BVBA of NV aan het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen aan.

Contactgegevens

Indicator - Larcier | Tiensesteenweg 306 | 3000 Leuven

Tel.: 0800 39 067 | Fax: 0800 39 068

klantenservice@indicator-larcier.be | www.indicator-larcier.be

 

Maatschappelijke zetel

Lefebvre Sarrut Belgium NV | Hoogstraat 139 - Bus 6 | 1000 Brussel

RPM Bruxelles | TVA BE 0436.181.878