GELD UIT UW VENNOOTSCHAP HALEN - 18.02.2021

In 2021 een liquidatiereserve aanleggen of uitkeren?

Binnenkort moet u beslissen wat u gaat doen met het resultaat van boekjaar 2020. Is het dit jaar een goed idee om winst over te boeken naar een liquidatiereserve in plaats van een gewone reserve of om liquidatiereserves uit te keren? Hoeveel kost u dat?

Een liquidatiereserve aanleggen

Wanneer kan het? U kunt voor het voorbije boekjaar 2020 maar een liquidatiereserve aanleggen als uw vennootschap winst gemaakt heeft. Het gaat voor alle duidelijkheid om de boekhoudkundige winst, niet de fiscale. De liquidatiereserve moet op een onaantastbare rekening geboekt worden (art. 184quater WIB 92) .

Wat kost het? De liquidatiereserve is behalve aan de gewone vennootschapsbelasting ook onderworpen aan een afzonderlijke aanslag van 10%. Die 10% wordt berekend op het nettobedrag, dat is het bedrag na aftrek van de vennootschapsbelasting en de afzonderlijke aanslag zelf (art. 219quater WIB 92) . De aanslag moet samen met de gewone vennootschapsbelasting betaald worden.

Waarom zou u het doen? De aanleg van liquidatiereserves is in principe zinvol als u ze in uw vennootschap wilt houden tot u die vereffent, of ze pas na vijf jaar wilt uitkeren als dividend. Op de uitkering als liquidatiebonus betaalt u immers geen roerende voorheffing (rv) en op een uitkering van een liquidatiereserve ten minste vijf jaar na de balansdatum van het boekjaar van aanleg (dus vanaf 01.01.2026 voor liquidatiereserves van boekjaar 2020) betaalt u maar 5% rv. Dat brengt de totale fiscale druk op de uitkering (afzonderlijke aanslag + rv) op 13,64%, minder dan de helft van het gewone tarief van de rv (30%).

Waarom zou u het niet doen? Uw vennootschap moet de afzonderlijke aanslag van 10% al betalen terwijl het nog niet zeker is dat op het moment van de vereffening of wanneer u de liquidatiereserve zou willen uitkeren als dividend, er nog een uitkering mogelijk zal zijn. Misschien zal uw vennootschap tegen dan verliezen opgebouwd hebben, die van de uitkeerbare reserves afgetrokken moeten worden. In dat geval is het beter om de winst (niet volledig) naar een liquidatiereserve over te boeken, om te vermijden dat uw vennootschap de afzonderlijke aanslag (gedeeltelijk) voor niets zal betalen.

Tip.  Bekijk met uw boekhouder welke resultaten u voor uw vennootschap de volgende jaren verwacht en welke plannen u nog heeft om te bepalen of u een liquidatiereserve wilt aanleggen en voor welk bedrag.

Een liquidatiereserve uitkeren

Wanneer kan het? Reserves uitkeren kan maar voor zover u zich houdt aan de vennootschapsrechtelijke regels voor winstuitkeringen. Sinds 01.01.2020 zijn de regels van het nieuwe vennootschapsrecht toepasselijk, ook al heeft u de vennootschapsstatuten daaraan nog niet aangepast. Die regels zijn de zgn. balanstest en, als uw vennootschap een BV is, de liquiditeitstest (art. 5:412-143 WVV) . U moet dus eerst uw boekhouder die testen laten uitvoeren alvorens u kunt beslissen dat en hoeveel liquidatiereserves u kunt uitkeren.

Wat kost het? Uw vennootschap heeft op de liquidatiereserve al de vennootschapsbelasting en de afzonderlijke aanslag betaald. Bij de uitkering moet er nog 5% rv ingehouden worden als de liquidatiereserve ten minste vijf jaar op een onaantastbare rekening geboekt staat. Is dat nog niet het geval dan betaalt u 17% voor liquidatiereserves die uiterlijk voor aanslagjaar 2017 aangelegd werden en 20% voor liquidatiereserves die in een later aanslagjaar aangelegd werden (art. 269, §1, 8° WIB 92) .

Let op!  Voor de zgn. bijzondere liquidatiereserves die uw vennootschap kon aanleggen voor de aanslagjaren 2014 en 2015 (en uitzonderlijk 2013) wordt de termijn van vijf jaar onaantastbaarheid berekend vanaf de afsluitingsdatum van het boekjaar waarin de reserve geboekt werd (normaal boekjaar 2015 en/of 2016), en niet vanaf de afsluitingsdatum van het boekjaar waarvoor ze aangelegd werd.

Waarom zou u het doen? Liquidatiereserves uitkeren waarop u maar 5% rv moet inhouden is zinvol als u op een fiscaal vriendelijke manier geld uit uw vennootschap wilt halen. Het is fiscaal gezien het goedkoopste dividend, want zoals gezegd betaalt u op de uitkering in het totaal maar 13,64%, wat minder is dan het tarief van de zgn. VVPR-bis (15%). In 2021 is een uitkering met 5% mogelijk voor de gewone liquidatiereserves aangelegd in de boekjaren 2014 en 2015 (of de gebroken boekjaren 2014-2015 en 2015-2016) en de zgn. bijzondere liquidatiereserves die uiterlijk 31.12.2015 aangelegd werden.

Waarom zou u het niet doen? Het is geen goed idee om nog liquidatiereserves uit te keren als u binnen enkele jaren uw vennootschap gaat vereffenen. U betaalt dan nl. nu nog 5% rv terwijl op de uitkering als liquidatiebonus 0% rv verschuldigd is. Keer ook geen liquidatiereserves uit als u voor aanslagjaar 2020 (boekjaar 2019 of 2019-2020) of 2019 (boekjaar 2018-2019) een vrijgestelde reserve aangelegd heeft voor het coronaverlies van 2020 (zgn. carry-back van verliezen). Die vrijstelling vervalt immers als u vóór de datum waarop u de aangifte vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2021 moet indienen, wat normaliter ten vroegste in het najaar van 2021 is, dividenden toekent of uitkeert (art. 194septies/1, §3, lid 1 WIB 92) . Tot slot mag u ook geen liquidatiereserves uitkeren als u zgn. wederopbouwreserves wilt aanleggen (art. 194quater/1 WIB 92) .

Cijfervoorbeeld

Gegevens. Uw vennootschap is niet uitgesloten van het verlaagd tarief (20%) en heeft voor boekjaar 2020 een boekhoudkundige winst voor belastingen behaald van € 37.500. De winst na vennootschapsbelasting (en voor aanleg van een liquidatiereserve) is dus € 30.000. In 2015 werd een liquidatiereserve geboekt van netto € 15.000. U beslist op de jaarvergadering medio 2021 om van de winst van boekjaar 2020 een bedrag van € 15.000 te boeken naar het overgedragen resultaat en een maximale liquidatiereserve aan te leggen voor de overige € 15.000 winst. Ook de liquidatiereserve van 2015 zal u uitkeren als dividend. U heeft geen gebruik gemaakt van de carry-back. We bekijken hoeveel belasting (rv, vennootschapsbelasting, afzonderlijke aanslag) uw vennootschap dan in het totaal zal betalen in 2021-2022.

Winst van het boekjaar voor belasting 37 500,00
Vennootschapsbelasting (20%) 7 500,00
Winst boekjaar voor aanleg liquidatiereserve 30 000,00
Liquidatiereserve 15 000,00
Te bestemmen winst 45 000,00
Bestemming Overgedragen winst Liquidatiereserve Dividend
Bruto 18 750,00 18 750,00 15 000,00
Belasting te betalen in 2021-2022
Vennootschapsbelasting 3 750,00 3 750,00
Afzonderlijke aanslag 1 363,64
Roerende voorheffing 750,00
Totaal 3 750,00 5 113,64 750,00
Netto in uw vennootschap 15 000,00 13 636,36
Netto privé 14 250,00

Besluit. Op de winst die u naar een liquidatiereserve boekt, betaalt uw vennootschap 36,36% (1.363,64/3.750) meer belasting dan op de winst die aan het overgedragen resultaat toegevoegd wordt. Dankzij die extra kost bespaart u bij de latere uitkering wel rv, maar in de mate dat de liquidatiereserve wegens verliezen niet uitgekeerd zou kunnen worden, kan de afzonderlijke aanslag niet teruggevorderd worden en bent u die dus kwijt. De liquidatiereserve van 2015 uitkeren heeft geen gevolgen voor de vennootschapsbelasting.

Voor de beslissing om al dan niet een liquidatiereserve te boeken en voor welk bedrag is het van belang te weten welke plannen u heeft met uw vennootschap en welke resultaten u de volgende jaren verwacht. Liquidatiereserves ten laatste geboekt op 31.12.2015, kunt u tegen 5% rv uitkeren als de balans- en liquiditeitstest dat toelaten, maar doe dit niet als u gebruikgemaakt heeft van de carry-back van verliezen of de volgende jaren wederopbouwreserves wilt aanleggen.

Contactgegevens

Indicator - Larcier | Tiensesteenweg 306 | 3000 Leuven

Tel.: 0800 39 067 | Fax: 0800 39 068

Customer.Services@indicator-larcier.be | www.indicator-larcier.be

 

Maatschappelijke zetel

Lefebvre Sarrut Belgium NV | Hoogstraat 139 - Bus 6 | 1000 Brussel

RPM Bruxelles | TVA BE 0436.181.878