AUTEURSRECHTEN - 14.02.2020

Auteursrechten voor bedrijfsleiders: Rulingcommissie scherpt de regels nu aan

We gingen in een eerdere adviesbrief reeds uitgebreid in op het fiscaal regime van auteursrechten voor bedrijfsleiders. We kondigden toen aan dat de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) striktere voorwaarden zou opleggen in verband met de omvang van die vergoedingen. Inmiddels zijn de eerste beslissingen in die zin bekend. Concreet legt de Rulingcommissie restricties op in situaties waar er, naast de bedrijfsleider, nog andere ‘creatieve’ personen werkzaam zijn in de vennootschap (werknemers, enz.).

Auteursrechten

Waarover gaat het?

Het Wetboek Inkomstenbelastingen (art. 17, §1, 5° WIB 92) voorziet onder bepaalde voorwaarden in een fiscaal gunstig regime voor de persoonlijke inkomsten uit de cessie of de concessie van auteursrechten. Deze inkomsten worden aangemerkt als roerende inkomsten tot een te indexeren bedrag van € 37.500 (€ 62.090 voor aj. 2021) en dit eigenlijk zelfs indien de auteursrechten gebruikt worden voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid.

Voor dergelijke inkomsten geldt bovendien een aantrekkelijk kostenforfait (50% op de inkomstenschijf van € 0 tot € 16.560 en 25% op de inkomstenschijf van € 16.561 tot € 33.100).

Na toepassing van dat forfait zijn de inkomsten tot € 37.500 (€ 62.090 voor aj. 2021) onderworpen aan een roerende voorheffing van 15%. Het bedrag van de inkomsten dat die drempel overschrijdt, wordt in beginsel aangemerkt als progressief belastbaar beroepsinkomen.

Ook de bedrijfsleider is auteur?

Zoals we eerder aangaven kan ook de bedrijfsleider auteur zijn. Het gaat dan telkens om een bedrijfsleider die auteur is van een auteursrechtelijk beschermd werk (een model, een software-programma, een tekening, powerpoints, ...) waarvan hij de auteursrechten aan zijn vennootschap overdraagt middels (schriftelijk) contract. In ruil daarvoor wordt aan de bedrijfsleider met de auteursrechten een deel van de opbrengst van de exploitatie toegekend door de vennootschap. De vraag is dan telkens hoeveel auteursrechten kunnen doorstromen naar de bedrijfsleider.

Rulingcommissie

Beperkingen

De fiscus of wetgever heeft geen algemene regels voorzien omtrent de percentages of bedragen die een bedrijfsleider als auteursrecht kan claimen.

Omtrent die vraag kan wel overwogen worden om een fiscale ruling aan te vragen. Doorheen de jaren is voor die rulings een bepaalde systematiek ontwikkeld. Zo worden vergoedingswijzen op grond van een percentage van de omzet of een percentage van de bedrijfsleidersbezoldiging aanvaard. Wel gelden daarbij enkele beperkingen. Die beperkingen leiden al bij al doorgaans tot een redelijk resultaat, zowel vanuit het standpunt van de fiscale Administratie als vanuit het standpunt van de bedrijfsleider.

Zo mag de auteursrechtenvergoeding die de bedrijfsleider zich mag toekennen niet meer bedragen dan 50% van het resultaat van het boekjaar vóór belasting en vóór aanrekening van de vergoedingen voor de auteursrechten (zo niet geldt er een beperking).

Voorgaande beperking mag er echter niet toe leiden dat de verschuldigde vergoeding minder bedraagt dan 5% van de netto-omzet uit de soorten opdrachten die aanleiding geven tot de creatie van auteursrechtelijk beschermde werken.

Bezoldiging

Verder moet de bedrijfsleider minimaal de bezoldiging van € 45.000 toegekend krijgen (art. 215, lid 3, 4° WIB 92) . Zo niet wordt het percentage opnieuw tot een minimum van – doorgaans – 5% beperkt. Een lagere bezoldiging, die bv. gelijk zou zijn aan het belastbaar inkomen van de vennootschap, zou eveneens steeds leiden tot een (lager) minimumpercentage auteursrecht. Indien de bedrijfsleider via een managementvennootschap actief is, dan moet ten slotte een bijkomende reductie van 50% toegepast worden (voorafg. besl. nr. 2018.1196 van 19.01.2019) .

De bedrijfsleidersbezoldiging mag daarnaast ook niet verminderd worden ingevolge de toekenning van de auteursrechten.

Nieuwe voorwaarde

In enkele voorafgaande beslissingen, legt de DVB een nieuwe bijkomende voorwaarde op. Deze komt erop neer dat het bedrag aan auteursrechten beperkt wordt indien er ook andere medewerkers een auteursrechtenvergoeding toegekend krijgen (voorafg. besl. nr. 2019.0300 van 07.05.2019) . Deze problematiek stelt zich bijvoorbeeld bij architecten. Doorgaans zijn de architect-vennoten/bedrijfsleiders het ‘creatieve brein’ van de vennootschap. Voor de uitvoering van hun werken doen zij een beroep op medewerkers. De DVB vindt het daarbij logisch dat ook deze medewerkers met auteursrechten vergoed worden, minstens indien zij een zekere ervaring hebben.

Indien een bedrijfsleider een percentage auteursrecht vraagt op grond van het omzetcijfer van een welbepaald jaar, stelt de DVB aldus: “In elk geval en rekening houdend met de beschreven omstandigheden, mag de auteursrechtenvergoeding van elke zaakvoerder/bedrijfsleider, berekend op basis van het omzetcijfer van een welbepaald jaar, het tweevoud van het gemiddelde van de auteursrechtenvergoedingen dat de huidige en toekomstige werknemers, freelancers en zelfstandige onderaannemers in de loop van hetzelfde jaar ontvangen voor de cessie van hun auteursrechten, niet overschrijden”.

De nieuwe beperking geldt enkel zodra minimaal 1 creatief voltijds equivalent (tewerkgestelde werknemer + freelancer + zelfstandig onderaannemer) prestaties levert waarvoor een vergoeding voor auteursrechten toegekend wordt. Indien dat niet het geval is, wordt de beperking niet toegepast (voorafg. besl. nr. 2019.0589) .

De DVB geeft zelf ook een cijfervoorbeeld. Indien het gemiddelde van de auteursrechtenvergoedingen van werknemers, zelfstandige medewerkers, enz. in de loop van een jaar € 4.500 bedraagt, mag de maximale auteursrechtenvergoeding van elke bedrijfsleider berekend op basis van het omzetcijfer € 4.500 x 2 = € 9.000 euro niet overschrijden.

Gevolgen?

De voorwaarden die de DVB stelt, gelden uiteraard alleen maar indien de bedrijfsleider ook een ruling aanvraagt. De wettelijke regeling legt deze voorwaarde immers niet op. Daarbij kan men zich dan de vraag stellen of het stilaan niet gepaster is om, buiten de context van de rulingprocedure om, een economisch onderbouwde berekening te maken van het uit te keren auteursrecht voor de bedrijfsleider. Wie enige discussie daarover met de fiscus wil vermijden, kan dan nog steeds bij de Rulingcommissie terecht. Naar ons aanvoelen echter zal dit nu minder frequent gebeuren dan voorheen.

Gertjan Verachtert

Advocaat-vennoot Sansen International Tax Lawyers

Als een bedrijfsleider auteursrechtelijk beschermde werken maakt, kan hij het fiscale gunstregime voor auteursrechten genieten. De DVB legt nu als bijkomende voorwaarde op dat het op basis van het omzetcijfer aan een bedrijfsleider toegekende percentage auteursrechten niet meer mag bedragen dan het dubbele van het percentage toegekend aan de andere medewerkers. Omdat de DVB zo opnieuw bijkomende voorwaarden oplegt die niet in de wet staan, zullen meer bedrijfsleiders zich wellicht beperken tot het opmaken van een bedrijfseconomisch grondig onderbouwde berekening, eerder dan een ruling aan te vragen.

Contactgegevens

Indicator - Larcier | Tiensesteenweg 306 | 3000 Leuven

Tel.: 0800 39 067 | Fax: 0800 39 068

klantenservice@indicator-larcier.be | www.indicator-larcier.be

 

Maatschappelijke zetel

Lefebvre Sarrut Belgium nv | Hoogstraat 139 - Bus 6 | 1000 Brussel

RPR Brussel | Btw BE 0436.181.878